Truyen3h.Co

heals a broken heart

*Hoofdstuk 13

youdontknowmeimcute


-Hoofdstuk-(13)

Zijn verwarde blik is wat me te binnen schiet als ik ga zitten op een van de stoelen in de kantine. Ik weet nog dat hij naar me toe liep en vroeg ''waarom zijn we geen partners meer?'' ik voelde ogen branden op mijn lichaam, maar zei niets, ik negeerde hem. Hij sloeg zijn armen over elkaar waardoor zijn spierballen opbolde, zijn groene ogen pinde hij in de mijne, ''waarom zijn we geen partners meer?'' hij zei de woorden duidelijk, hield een pauze tussen elk, zodat het beter aankwam.

Omdat ik bang ben om verliefd te worden!

Ik negeerde mijn hart en luisterde naar mijn verstand ''daarom'' antwoorde ik kil en droog. Zijn gekwelde ogen zijn nog steeds te zien, branden op mijn netvlies, zorgen dat ik het blijf onthouden.

Ik deed hem pijn, maar me zelf nog meer.

Ik zucht en pak een broodje en wat drinken uit me tas, Ik werk vanaf nu samen met een meisje, Naomi, ze praat niet veel wat ik ook wel goed vind, ze is nogal in haar zelf gekropen merkte ik al gauw op. Gulzig eet ik het broodje op en drink van mijn pakje appelsap, Ik denk aan vrijdag, dan heb ik zangles. Ik heb besloten om dat niet af te zeggen, ik vind zangles leuk en ga het daarom niet laten vallen, wat ik wel ga doen is van partners wisselen. Ik voel dat ik bekeken word waardoor ik ril, heb je dat gevoel soms ook, uit het niets voel je je bekeken. Ik draai me langzaam om waardoor mijn ogen Naomi vinden, ze zit 2 tafels verderop en kijkt me aan. Uit het niets staat ze op en loopt mijn richting, haar roze haren wiebelen heen en weer bij elke stap die ze zet, en haar jurkje beweegt mee op haar loopritme. ''hoi'' zegt ze en kijkt naar de stoel naast me, ze schuift hem naar achter en zet haar beertjes tas op tafel. ''hoi'' antwoord ik net zo droogjes terug. Ik zie dat ze haar telefoon pakt en erop typt, voor de rest doet ze niks. Het feit dat ze hier zit maakt me ongemakkelijk, en het feit dat ze niks zegt helemaal, niet dat ik wil dat ze praat, maar ik verwachtte het wel. Uit het niets doet ze haar telefoon weg en richt haar aandacht op mij ''wanneer gaan we werken aan dat opdracht'' de woorden verlaten haar mond droog, alsof ik haar niks boeide. ''weet ik niet'' antwoorde ik droogjes en keek haar nonchalant aan. Haar lippen vormde een 'oh' waarna ze haar telefoon pakte ''ik vind vandaag prima, alleen niet laat, ik moet werken'' ik knikte ''ik ook'' verbaast keek ze op, haar ogen stonden nieuwsgierig ''werk jij?'' ze vroeg het haast ongelovig terwijl haar ogen me hopend aan keken ''ja''. Ze lichte direct op ''eindelijk iemand die niet 'spoiled' is'' verward keek ik haar aan ''hoe bedoel je?'' ze rolde haar ogen ''dit is een school waarop iedereen nog al gehecht is aan zijn of haar imago, de tieners die werken zijn arm'' ze zei de worden alsof het de meest logische worden waren, bijna zo logisch dat ik het geloofde. ''waarom zou je dan arm moeten zij-'' ''ben jij arm?'' ze keek me aan, haar ogen stonden weer emotieloos, ik begon me te herkennen in dit meisje ''nee, ik zie me zelf niet als arm, ik zie mezelf als rijk, rijk aan gezondheid'' ik verbaasde mezelf over mijn eigen worden, ik had nooit gedacht dat ik zoiets zou zeggen, en al helemaal niet tegen een onbekende. ''ik denk dat wij vrienden moeten worden'' ik keek verrast op, ze denkt dat we vrienden moeten worden? ''ik weet niet waarom..., maar ik heb het gevoel dat ik je kan vertrouwen, en ik vertrouw niemand'' ''insgelijks'' antwoordde ik, ''dus je vertrouwt me?'' vroeg ze hoopvol. Verdwaast schudde ik me hoofd, ik vertrouw niemand. ''ik bedoel dat ik niemand vertrouw, dus ook jou niet...'' ik verwachte gekwelde ogen, maar ze glimlachte alleen. ''ik vertrouw je ook niet, ik zei dat ik het gevoel had, en het gevoel is het enigste wat ik nog heb'' ik knikte, niet wetend wat te zeggen. ''we beginnen bij mijn huis, hoe laat ben je uit?'' ''4 uur'' antwoorde ik waarna ze zuchtte ''ik ook, zie je op het schoolplein'' en weg was ze, geen doei, geen ''het was leuk kennis te maken met je'', alleen een vlaag van wind dat mijn gezicht bereikte.

***

''klaar om te gaan?'' ze stond op het plein, haar handen in haar zakken, en haar capuchon op. ''ja'' ze knikte en ik volgde haar, in ont slotte mijn fiets en reed naar de poort waar zij al stond, haar roze fiets was lichtjes gespikkeld met blauw, Ik glimlachte door het mooie effect. Ze trapte haar trappers en voorzichtig volgde ik haar, ik merkte al gauw dat ze de wijk in reed waar ik woon waardoor ik nog verbaasder werd, had zij net als mij economische problemen, en wat zouden de redenen daarvan zijn, zou ze ook iets meegemaakt hebben?, nee vast niet, haar ouders waren vast laag opgeleid of zo. Ik negeerde mijn gedachten en volgde haar verder, we reden een straat in waar ze al gauw stopte voor een flat, ik merkte ook al op dat ik 2 straten hier achter woon, dus naar huis gaan was geen probleem. ''kom, we zetten onze fietsen in de kelder'' Ik knikte en wachtte tot ze haar fiets door de deur had verwerkt waarna ik volgde. Ik propte me fiets in de krappe kelder en ging alvast de trap op ''welke verdieping?'' vroeg ik toen ik zag dat ze de deur op slot deed ''3'' antwoordde ze. Ik knikte en baande mijn weg de verdiepingen op, maar algauw volgde ze. Ze opende haar appartement deur ''kom binnen in mijn nederig stulpje'' ze leek wel trots toen ze het zei, alsof het haar niks boeide dat ze zo woonde, daar had ik respect voor. ''waar woon jij eigenlijk?'' vroeg ze nieuwsgierig, ik ademde in en uit ''2 straten verder op'' haar ogen lichtte op en ik kon het niet laten om te glimlachen. Ze liep naar de woonkamer en al snel merkte ik op dat het best wel gezellig was ingericht, berge kleuren waren vooral zichtbaar, het leek een beetje exotisch, ik zag wat schilderijen met hier en daar wat dieren, wat beeldjes van vrouwen met kannen water op hun hoofd. Ik merkte ook nu pas op dat ze niet volbloed Nederlands was ''wat is je afkomst'' vroeg ik geïnteresseerd ''Ik ben kwart Surinaams'' vertelde ze trots en gebaarde met haar handen naar zichzelf. ''wie van je ouders is Surinaams?'' ''mijn vader.'' Ze zei het kort, de woorden verlieten haar mond vol met afschuw, de blik in haar ogen die ze had raakte me het meest, koud, alsof het haar niks boeide. Ik knikte, wetend dat ze niet verder wilde praten, ''kom, dan laat ik je me kamer zien'' zei ze proberend de sfeer op te fleuren. Ik bewandelde haar kamer waardoor de donkere kleuren me als eerst opvielen, zwart werd het meeste gebruikt, aan de muren hingen tekeningen, meisjes met tranen in hun ogen, vogels, bomen. Ook zag ik quotes staan, waarin ze korte dingen schreef, ieder vertelde een deel van haar leven ''hoop is een lichtje in je hart, dat vandaag moed geeft en morgen kracht'' het was haar stem die me uit gedachte hield. '''jij geeft mij hoop'' vulde ze aan. 


Bạn đang đọc truyện trên: Truyen3h.Co